De ACM mag hogere boetes opleggen

Plenair debat 17 november 2015

Alleen het gesproken woord geldt

 Voorzitter,

 Voor goed functionerende markten is een sterke marktmeester nodig. Eentje met tanden. Bedrijven die de (spel)regels overtreden moeten hard worden aangepakt. En deze aanpak moet ook een afschrikwekkende werking hebben.  Sancties en pakkans moeten dusdanig zijn dat bedrijven het wel uit hun hoofd laten  de mededingingswet te overtreden.

Voorzitter,

De VVD-fractie is positief over het voorstel van de minister om de boetes die de ACM kan opleggen te verhogen. De voorgestelde maximale boete van €900.000 of 10% van de jaaropbrengst behoort tot de hoogste boetes binnen de EU. Aan bedrijven laat de regering zien: wij accepteren geen kartelafspraken en wij accepteren niet dat de consument hier de portemonnee voor moet trekken. Bij kartelboetes wordt voortaan ook het aantal jaar dat een kartel bestaan heeft betrokken, tot maximaal vier jaar. Daarmee kan de boete kan oplopen tot 40% van de jaaromzet. En als het een recidivist is wordt de boete verdubbeld naar 80%! Wie niet luisteren wil, die moet voelen.

Voorzitter,

Veel door de ACM opgelegde boetes worden door de partijen bij de rechter aangevochten. Een deel van deze boetes wordt door de rechter lager bijgesteld. Hoe kijkt de minister hier tegenaan? Hoe is een verhoging van de boetes en de afschrikwekkende werking hiervan te rijmen met de praktijk?

Voorzitter,

Verder vraagt de VVD-fractie zich af waarom de boetes voor de BES-eilanden zoals in de Wet Telecommunicatievoorzieningen opgenomen, niet verhoogd worden? Als er ergens een preventieve afschrikwekkende werking nodig is, is het daar zou je zeggen. Kan de minister toelichten waarom hij het huidige maximum van 56.000 dollar handhaaft?

Voorzitter,

De ACM oefent ook toezicht uit op pensioenfondsen. Dat toezicht hanteert nu dezelfde normen als het toezicht op andere ondernemingen. Dat betekent dat het ook voor pensioenfondsen verboden is de mededinging significant te beperken, bijvoorbeeld via fusies. De meldingsdrempels die de ACM hanteert zijn nu echter zodanig dat veel fusies bij de ACM moeten worden gemeld en beoordeeld. Dat betekent dat momenteel ook fusies moeten worden beoordeeld die de mededinging echt niet beperken. Een onnodige administratieve last dus.

Het wetsvoorstel verhoogt daarom terecht de drempels voor fusies en overnames die de mededinging niet beperken. Dat bespaart kleine fuserende pensioenfondsen en de ACM een hoop tijd en kosten , zonder dat de mededinging in gevaar komt.

Kleine pensioenfondsen kunnen kosten besparen door te fuseren. Die besparing kunnen zij gebruiken voor hetgeen zij op aarde zijn, namelijk goede pensioenen uitkeren aan hun klanten. De VVD ziet ook dat kleine pensioenfondsen moeite hebben om capabele bestuurders te vinden. Fusies kunnen dit probleem deels ondervangen en draagt zo bij aan de door de Kamer zo gewenste professionaliseringsslag.

Het amendement van collega Mei Li Vos legt de drempel voor kleine pensioenfondsen nog iets hoger dan in het wetsvoorstel staat. Op zich een interessante gedachte van mevrouw Vos, maar wat vindt de minister er van? Hoe ziet hij de balans tussen het verminderen van administratieve lasten en voldoende concurrentie op de pensioenmarkt houden?