Mondelinge vragen over identiteitsmisbruik van minderjarigen op internet en de wijze waarop Facebook en Google daarmee omgaan.

Voorzitter. Afgelopen zondag luidde de stichting Mijn Kind Online de noodklok.

Kinderen zijn vogelvrij op internet als hun afbeelding of naam wordt misbruikt. Mijn Kind Online beschrijft op haar site het verhaal van Freek en het leest als een digitaal horrorscenario dat geen ouder zijn kind toewenst. Maar ook als volwassene zit je op dit soort misbruik niet te wachten. Freek en zijn moeder konden de socialmediabedrijven maar moeilijk bereiken en hij en zijn moeder begrepen weinig van de mails die ze terugkregen. Freeks moeder overweegt nu zelfs de naam van haar zoon te veranderen. Een ongelofelijk triest verhaal. Social media zijn erg populair onder jongeren én volwassenen. Ze chatten, appen en instagrammen wat af. Daar verdienen de socialmediabedrijven geld aan en daar is 
niets mis mee, maar bij lusten horen ook lasten. De VVD is van mening dat socialmediabedrijven een duidelijke verantwoordelijkheid hebben voor het gebruik op hun sites. Diverse sites kennen al protocollen hoe om te gaan met bijvoorbeeld pesterijen, bedreigingen, haat zaaien, pornografie en nog vele andere onderwerpen. Een rondgang leert mij dat misbruik maken van andermans afbeelding of naam vaak precies tussen de kieren van die bestaande protocollen valt. En dat kan volgens mij niet de bedoeling zijn. Slachtoffers verdienen steun en moeten niet van het digitale kastje naar de internetmuur worden gestuurd. Mijn vraag aan de staatssecretaris is een eenvoudige. Is het mogelijk een eenduidig protocol in het leven te roepen waarmee ouders en kinderen maar ook volwassenen op een eenvoudige en laagdrempelige manier meldingen kunnen doorgeven, dus zonder juridische abracadabra in lettergrootte 8, maar in heldere letters en met klare taal en waarbij uiteraard de socialmediabedrijven snel in actie komen na zo'n melding? Is de staatssecretaris bereid deze grote socialmediabedrijven uit te nodigen om aan tafel te gaan zitten en hen gezamenlijk een protocol te laten ontwikkelen dat dit misbruikprobleem aanpakt?

Staatssecretaris Dijksma:
Voorzitter. Ik denk dat het heel goed is om met de heer De Liefde vast te stellen dat identiteitsmisbruik, zeker als het om kinderen gaat, zeer, zeer ernstig is en dat dit heel ingrijpende gevolgen kan hebben. Als je het verhaal leest van dat jongetje, dan zeg ik ook als ouder dat je de angst om het hart slaat. Zoiets kan je namelijk toch een leven lang worden nagedragen en dat is ernstig. Dus daar moeten we iets mee. Gelukkig is het misbruik van identiteit en bijvoorbeeld ook profielfoto's strafbaar. In dit geval volgt er ook een strafrechtelijke procedure. Maar daarmee — dat zegt de heer De Liefde ook met zo veel woorden — zijn we er nog niet, want het gaat erom dat bedrijven hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. Om die reden zijn er in Nederland een aantal zaken georganiseerd op dit terrein. Zo is er tegenwoordig de website meldknop.nl, dat onderdeel is van het programma Digivaardig&Digiveilig. Op die site kun je je heel snel melden op het moment dat je in de problemen komt op internet. Dat betekent ook dat er dan in het kader van afspraken die met name met Nederlandse providers zijn gemaakt een notice and take down zou kunnen volgen. Dus in Nederland hebben we het op zichzelf geregeld. Lastiger is het als er sprake is van bijvoorbeeld misbruik van identiteit bij providers die hun hoofdkantoor elders hebben. En dat speelt hier ook. Om ook op dit punt in actie te komen, zou ik de heer De Liefde willen voorstellen dat we dan gebruikmaken van de bestaande CEO Coalition. Daarin zitten alle internationale CEO's ofwel bestuurders van telecombedrijven, waaronder Google en Facebook. Daarnaast zit onze Eurocommissaris Kroes aan tafel. Mijn voorstel is om onze Eurocommissaris te vragen om dit onderwerp daar op de agenda te zetten en afspraken te maken.

De heer De Liefde (VVD):
Een aanpak op Europees niveau zal ik natuurlijk niet afwijzen. De staatssecretaris gaf aan dat het al strafbaar is volgens onze wetgeving. Het voorbeeld van Freek laat echter zien dat zo'n strafrechtelijke procedure ontzettend lang, taai en kostbaar is. Ze zijn een 
jaar verder en nog steeds zijn de problemen niet van de digitale wereld verdwenen. Dat roept toch de vraag op hoe snel we het hier in Nederland gaan organiseren. Een gesprek met CEO's in Europa is fantastisch; dat moeten we zeker niet laten. Volgens mij kunnen wij ook op Europees niveau Google en Twitter gewoon aanspreken. Ze hebben hier lobbyisten rondlopen, zo weet ik uit eigen ervaring. Ze hebben er ook belang bij om in Nederland conform de Nederlandse wetgeving te opereren. Het lijkt mij dat de socialmediasites heldere gebruiksvoorwaarden moeten gaan hanteren. Die moeten ook eenduidig zijn, want bij de een wordt wel gesproken over misbruik en bij de ander komt het niet voor. Is de staatssecretaris bereid om alsnog de Nederlandse vertegenwoordigers van de genoemde bedrijven aan tafel uit te nodigen om te bekijken hoe dit soort misbruik eenduidiger kan worden aangepakt? Wellicht is het sowieso een idee dat ze eenduidige gebruiksvoorwaarden ontwikkelen, want de voorwaarden van Twitter, Facebook en Google verschillen enorm van elkaar, zo leert het bestuderen ervan. Wat kan de staatssecretaris doen om het voor Nederlandse Freken in de toekomst beter te maken?

Staatssecretaris Dijksma:
Dat lijkt mij op zichzelf een goede suggestie. Ik denk dat het een prima idee is om ook in Nederland het gesprek te voeren met de vertegenwoordigers van de internationale organisaties en hen mede te delen dat we tegelijkertijd op Europees niveau met hun CEO's proberen om eenduidige afspraken te maken over dit onderwerp. Dat zal de discussie aan de tafel elders waarschijnlijk alleen maar versterken. Dat zeg ik dus graag toe.