Bedrijven moeten open en duidelijk zijn over hun privacyvoorwaarden zodat burgers zélf hun privacy kunnen organiseren.

Hieronder zijn spreektekst.

Het debat over privacy bereikte vorige week een nieuw hoogtepunt…Niet dus. MyCom en Dixons nomineerden zich als eerste voor de Big Brother Award 2014 door in het geheim klanten, en veel erger nog, voorbijgangers op straat in de gaten te houden met wifi-trackers.

Een sprekend voorbeeld van één van de twee debatten die in Nederland gevoerd worden over privacy: de burger in relatie tot de overheid, en de consument in relatie tot bedrijven.

Als burger heb je weinig keus als de overheid je gegevens wil hebben. De overheid vraagt erom met het wetboek in de ene hand en het geweldsmonopolie in de andere.

Voor een liberaal betekent dat: zeer terughoudend zijn met inbreuken op de privacy van burgers. Dat is niet altijd gemakkelijk. Want het is een voortdurende afweging tussen privacy en het voorkomen van een terroristische aanslag bijvoorbeeld.

Als het om het bedrijfsleven gaat, is het debat totaal anders. De Albert Heijn kan je niet arresteren als je weigert een Bonuskaart aan te vragen. En Facebook kan je niet de bak ingooien als je je account opheft.

Het fundamentele verschil tussen de twee debatten is dat consumenten hun gegevens vrijwillig afstaan aan bedrijven. Of het nu om die gratis Bonuskaart gaat, om het gratis profiel op Facebook of om die vliegtickets naar Parijs die je gratis via Google vond: je betaalt ze met je persoonsgegevens. En je krijgt er als dank persoonlijke aanbiedingen van de Appie-hamster en hotelaanbiedingen in Parijs voor terug. De overdracht van persoonsgegevens is de prijs die je betaalt voor korting, goodies en service. Consumenten denken daar nauwelijks over na, en bedrijven laten ze graag in de waan dat het gratis is.

Belangrijke randvoorwaarde voor de VVD is dat de consument in staat is zijn privacy zelf te organiseren. Van de consument vraagt dat om bewustwording, van de overheid heldere kaderwetgeving en van bedrijven transparantie.

In theorie hebben we ‘t nu allemaal prima geregeld: consumenten zijn via wetgeving beschermd en kunnen verder in de gebruiks- en privacyvoorwaarden precies zien wat bedrijven doen.

Maar de praktijk is natuurlijk anders: wie van u denkt dat de gebruikers van Facebook; Google of albert.nl deze voorwaarden van begin tot eind hebben gelezen? Wie van u klikt er blind op ‘akkoord’ als de zoveelste update voorbij komt?

Amerikaanse wetenschappers hebben uitgerekend dat wij 76 dagen per jaar kwijt zouden zijn aan het lezen van alle gebruiks- en privacyvoorwaarden van die sites die wij bezoeken, en de app’s en apparaten die wij gebruiken! Dat doet geen mens! Nou vooruit, een paar misschien.

In theorie is het dus allemaal prima voor elkaar, ‘mensen gaat u rustig slapen’. De praktijk laat natuurlijk een heel ander plaatje zien.

Over plaatjes gesproken: met pictogrammen is het meteen duidelijk wat een bedrijf met je gegevens doet. Plaatjes zeggen nou eenmaal meer dan duizend woorden.

Beste mensen, we staan op een kantelpunt, en het is aan de bedrijven de handschoen op te pakken. De wal keert anders het schip.

Ofwel door de politiek, waar linkse partijen die in willen grijpen in de vrijheid van ondernemingen een meerderheid hebben.

Of het grote publiek, dat in toenemende mate wantrouwend is jegens privacy-onvriendelijke bedrijven, en naar veilige uitwegen zoekt. Denk aan de Black Phone, aan zoekmachines die geen gegevens opslaan en aan browsers die alles blocken.

De druk op de bedrijven neemt toe. Het is dus buigen of barsten. Ik hoop dat u meebuigt, want wetgeving is erger.

 

NB: alleen het uitgesproken woord geldt.