Kamervragen aan te staatssecretaris van Economische Zaken over het bericht ‘Telers vrezen faillissementen’

Volgens dit bericht verkopen veel telers hun groenten onder de kostprijs aan supermarkten.

Deze supermarkten zouden volgens het bericht hun onderhandelingspositie misbruiken ten kosten van de kleinere telers. Aan de staatssecretaris heb ik gevraagd om het klachtenpunt Oneerlijke handelspraktijken te evalueren. Volgens mij werkt dit klachtenpunt nu niet goed, aangezien er nog geen klachten zijn ingediend. De staatssecretaris heeft toegezegd zich in te gaan zetten om de bekendheid en dus de werking van het meldpunt te gaan vergroten. Op mijn vraag hoe het kan dat telers een significant lager bedrag krijgen dan de consument hiervoor betaalt in de supermarkt, heeft Dijksma toegezegd de margeverdeling in de keten te gaan onderzoeken. Waar blijft het geld in de keten precies hangen?

Ik heb mij al eerder sterk gemaakt om oneerlijke handelspraktijken te voorkomen en dat zal ik ook blijven doen.

Hieronder kun je lezen wat ik precies gezegd heb tijdens het Vragenuurtje.

Vragen van het lid De Liefde aan de staatssecretaris van Economische Zaken over het bericht "Telers vrezen faillissementen".

De voorzitter: Welkom aan de staatssecretaris van Economische Zaken.

De heer De Liefde (VVD)

De heer De Liefde (VVD): Voorzitter. De VVD werd gisteren onaangenaam verrast door berichtgeving in BN DeStem. Voor talloze telers van producten als prei, witlof, paprika, tomaat en komkommer, dreigt volgens dit bericht faillissement. Zij moeten namelijk al een hele tijd onder kostprijs produceren. Soms draaien ze zelfs tonnen verlies per jaar. Juist om dit soort redenen heeft de VVD zich vorig jaar sterk gemaakt voor de pilot Aanpak oneerlijke handelspraktijken. In deze pilot kunnen bijvoorbeeld kleinere telers anoniem klagen over grote supermarkten als er sprake lijkt te zijn van machtsmisbruik. Dat is nodig omdat anders de kleinere partij uit angst om omzetverlies te draaien, haar beklag niet durft te doen; voor jou tien anderen.

Deze pilot Aanpak oneerlijke handelspraktijken is nu zeven maanden in de lucht, maar lijkt nog niet goed te werken. Dat hoor ik tijdens de vele gesprekken die ik de afgelopen maanden met tuinders en boeren mocht voeren. Hoeveel klachten zijn er tot op heden binnengekomen? Hoeveel daarvan zijn anoniem geweest? Wat gaat de staatssecretaris doen om de pilot te verbeteren? Hoe gaat zij de bekendheid onder tuinders en boeren vergroten? Daar schort het immers aan, zo bleek uit de gesprekken die ik voerde.

Een andere oorzaak voor de hogere kostprijzen in de groentesector ligt op het bordje van de overheid. Door steeds toenemende regeldruk op het gebied van bijvoorbeeld gewasbeschermingsmiddelen, energie of mestbeleid wordt het voor telers steeds moeilijker een hoog kwalitatief product te telen. Zo mogen ze minder gewasbeschermingsmiddelen gebruiken of minder mest op het land uitrijden. Is de staatssecretaris bereid te inventariseren welke regelgeving kan worden geschrapt? Hoe gaat zij snoeien zodat de sector beter kan groeien?

De VVD vraagt de staatssecretaris aan deze regeldruk een halt toe te roepen. De administratievelastenverlichting die wij in het regeerakkoord hebben afgesproken, geldt ook voor de agrarische sector.

Staatssecretaris Dijksma

Staatssecretaris Dijksma: Voorzitter. Dank aan de heer De Liefde voor zijn vragen. Het is waar dat de rendementen in de tuinbouw onder druk staan. Dat is een bekend en erkend probleem. Hoe lastig ook, de heer De Liefde zal het met mij eens zijn dat het in eerste instantie aan het bedrijfsleven is om hiermee aan de slag te gaan. Dat doet men ook. Men is georganiseerd in producentenorganisaties, maar ook in bijvoorbeeld Greenport Holland. Het lijkt mij van groot belang dat deze organisaties de handschoen oppakken. De afzet van producten is vaak heel gefragmenteerd, zo merken we. Daar kun je iets aan doen, ook vanuit de markt zelf, om de positie van individuele telers te verbeteren.

De overheid kan ook het een en ander doen, daarin heeft de heer De Liefde groot gelijk. Hij noemde de recentelijk gestarte pilot Aanpak oneerlijke handelspraktijken. Ik geef de heer De Liefde gelijk, wij moeten daar veel meer aandacht aan besteden. Officieel zijn er nog geen klachten ingediend. Wel hebben we een casus gehad. De minister van Economische Zaken en ondergetekende hebben met supermarkten gesproken over het eenzijdig opleggen van bijvoorbeeld prijseisen, soms zelfs met terugwerkende kracht, aan individuele producenten. Aan die praktijken willen we niet voor niets een einde maken. Het lijkt mij heel goed om de aandacht in de sector voor deze pilot te verbreden. Dat wil ik zeker ook doen. Misschien leveren we daar vandaag op deze manier ook een bijdrage aan.

Recentelijk heeft de ACM mij een nieuw onderzoek toegezegd naar de margeverdeling in de keten. Daar zullen ook groenten onderwerp van zijn. Dan kunnen we ook zien wie er precies wat verdient en waar het geld blijft hangen, indien daar sprake van is. Ik heb een prijzenmonitor laten ontwikkelen waarin we met informatie van het LEI en het CBS een transparant beeld geven van de prijsontwikkeling.

Het lijkt mij goed om verdere stappen te zetten teneinde de regeldruk te verminderen, wat we overigens bij gewasbescherming al gedaan hebben. We houden op dit moment een inventarisatie. Ik roep de sector bij dezen op om voorbeelden van regelgeving die geen toegevoegde waarde heeft en waar men tegenaan loopt, bij ons te melden. Dan kunnen we er samen iets aan doen.

De heer De Liefde (VVD): Ik ben blij met de antwoorden van de staatssecretaris en voornamelijk met haar toezegging om de bekendheid van de pilot te vergroten. We zijn inmiddels zeven maanden verder en er is nog geen een klacht, maar slechts één casus. Dat is bitter weinig als je ziet met welke verontrustende krantenartikelen wij regelmatig geconfronteerd worden. Graag ontvangen wij van de staatssecretaris een uiteenzetting hoe zij dat gaat doen. Wil zij die toezeggen?

De administratievelastenverlichting die we in het regeerakkoord hebben afgesproken, geldt natuurlijk ook voor de agrarische sector. Ik plaats daar nu maar even een vraagteken achter, zodat de staatssecretaris dat hopelijk bevestigend beantwoordt. Wij zijn benieuwd op welke manier de staatssecretaris de administratievelastenverlichting gaat vormgeven en met welke concrete maatregelen zij komt. Zij doet nu een oproep aan de sector. Dat juich ik van harte toe, maar dat maakt toch dat ik mij er een beetje zorgen over maak dat er op haar departement wellicht nog geen compleet beeld is van de wijze waarop zij nu al de administratieve lasten wil verlichten. Kan de staatssecretaris daar nader op ingaan?

Staatssecretaris Dijksma: Op de eerste vraag van de heer De Liefde is het antwoord ja. Laten we kijken hoe we, in overleg met de producentenorganisaties en Greenport Holland, de pilot gezamenlijk beter bekend kunnen maken. Nadat ik het overleg met deze organisaties heb gehad, zal ik de Kamer graag laten weten hoe we dat gezamenlijk gaan doen. Dat is de eerste toezegging.

De heer De Liefde vroeg om een bevestiging dat lastenverlichting ook iets is voor de agrosector. Laten we van het vraagteken dat hij daarbij plaatste samen een uitroepteken maken. Het is niet zo dat wij geen beeld hebben van wat ons te doen staat. Ik noemde net de gewasbeschermingsmiddelendossiers. Daarbij hebben we samen met de sector een belangrijke stap kunnen zetten door het makkelijker te maken voor de agrariërs om bij te houden hoe ze precies daarmee aan de slag zijn. De bureaucratie die daaromheen zit, proberen we te verminderen. Dat is wel iets anders — dat moeten we wel tegen elkaar zeggen — dan voorschriften die bijvoorbeeld voor het milieu van belang zijn, want die zijn er en die kun je niet zomaar vervangen.

De heer De Liefde (VVD): Ik weet dat — de staatssecretaris en mijn collega's weten dat als geen ander — we in dit huis regelmatig van mening verschillen over het antwoord op de vraag wat de beste maatregelen zijn voor het milieu en wat die maatregelen betekenen voor het ondernemerschap in Nederland. Laat ik dan maar afsluiten met de conclusie en een vraagteken dat de minister het hopelijk met mij eens is dat een gezonde en bloeiende ondernemende agrarische sector van groot belang is voor Nederland.

De voorzitter: Als het de minister was, had zij dat vast graag aangegeven.

De heer De Liefde (VVD): Ik bedoelde de staatssecretaris.

Staatssecretaris Dijksma: Ik denk dat ook de staatssecretaris het daarmee zeer en van harte eens is.

De heer De Liefde (VVD): Top!