Hoe het WK hockey naar Nederland kwam

Komend weekend is het finaleweekend van het WK hockey.

Een prachtige afsluiting van twee prachtige hockeyweken. In de zomer van 2008, dus zes jaar geleden, deed ik als gemeenteraadslid het voorstel om het WK hockey in Den Haag te organiseren. Nu is het uiteindelijk zo ver en ik kan niets anders zeggen dan dat ik ongelooflijk trots ben. Op de stad Den Haag voor de prachtige organisatie. Op Nederland als gastvrij gastland. Op het publiek in het stadion dat elke wedstrijd weer zorgt voor een prachtige sfeer. En natuurlijk op de hockeyers. Zij hebben ons spannende wedstrijden laten meemaken, en de meest spannenden moeten nog komen. Ik kijk ontzettend uit naar halve finales en finales van zowel de mannen als de vrouwen komend weekend!

Hieronder een interview uit Sportief Den Haag van Carola Aardenhout waarin ik vertel hoe de eerste stappen zijn gezet naar de organisatie van het WK in Den Haag.

DE INITIATIEFNEMER

Bart de Liefde is de man met wie het WK Hockey begon. Uit liefde voor de sport. In het topsportbeleid van de gemeente stond het hockey vanwege teruglopende resultaten enigszins onder druk. Dat mocht niet gebeuren. Tegelijk met het vaststellen van de nieuwe Haagse sportnota startte de bidprocedure van de FIH (International Hockey Federation). Daarmee had De Liefde hét middel om de Haagse hockeyclubs weer naar het hoogste niveau te tillen in handen. Het WK Hockey in Den Haag.

Haagse mentaliteit van aanpakken bezorgde ons het WK.

Toen zijn plannen voor een WK Hockey opborrelden, was Bart de Liefde nog gemeenteraadslid in Den Haag. Nu is hij Tweede Kamerlid voor de VVD en houdt zich onder meer bezig met economische zaken. Het initiatiefvoorstel om het WK Hockey naar Den Haag te halen, dat hij na diverse verkennende gesprekken, naar het College van burgemeester en wethouders stuurde werd ‘omarmd’. Dat wil zeggen niemand zei heel hard nee. Daarna won de Haagse mentaliteit van ‘we gaan het gewoon doen’ het van nog bestaande twijfels. Waarom zou een WK immers alleen maar in Amsterdam of Rotterdam kunnen worden georganiseerd? Den Haag heeft met het Kyocera Stadion van ADO en het Malieveld, waar tijdelijke stadions kunnen worden gebouwd, ook twee uitstekende locaties (nadien werd bepaald dat bij het Kyocera Stadion nog een tijdelijk stadion wordt gebouwd, red). Dat feit en de wil om het te doen overtuigde ook de KNHB. De rest is geschiedenis.

‘Toen het verlossende telefoontje van de FIH kwam dat Den Haag het WK 2014 kreeg toegewezen, zaten we met alle betrokkenen in de kamer van wethouder Karsten Klein. Leuk om mee te maken!

Omdat ik sinds eind 2010 lid van de Tweede Kamer ben en niet meer van de gemeente, kan ik bij de feitelijke organisatie nauwelijks betrokken zijn. Maar ik probeer vanuit de Kamer wel de politiek op het evenement te laten aanhaken. En natuurlijk ga ik kijken.’

De Liefde werd op zijn achttiende jaar bondscheidsrechter en fluit nog regelmatig in de hoofdklasse. Ook fluit hij al jaren internationale toernooien. Het WK is echter net nog een stapje te hoog. ‘Er is een bepaalde ranking onder scheidsrechters. Ik sta nog niet hoog genoeg om een WK te mogen fluiten. Fluiten op een WK zou wel briljant zijn, wie weet komt het er ooit nog van. Nederland heeft overigens naast veel tophockeyers ook veel topscheidsrechters, dus of het ooit lukt is nog maar de vraag.’

Wat maakt je tot een goede fluitist? De Liefde somt het rijtje op: plezier hebben in fluiten, goed grenzen kunnen stellen, niet bang zijn voor weerstand of kritiek, vertrouwen hebben in je eigen waarneming, een goede conditie, onzichtbaar kunnen zijn als het moet en emoties herkennen en weten hoe ermee om te gaan.’

Ten slotte gaan we nog even terug naar de (sportieve) stand van zaken bij de Haagse hockeyclubs. ‘Het ‘verval’ bij de clubs dat zich in de collegeperiode 2006-2010 inzette, hebben de clubs zelf niet weten te keren. De clubs draaien goed bij de junioren, maar doen het bij de senioren matig. Ook de meeste eerste elftallen spelen niet meer op het hoogste niveau (op hdm bij de dames en HGC bij de heren na, red.). Wil je het hockey weer op niveau brengen, dan moet je als stad de clubs op het juiste spoor zetten. Bijvoorbeeld door clubs te laten fuseren. Dan heb je één topteam bij de dames en heren, samengesteld uit de beste spelers van de gefuseerde verenigingen. Als er een grote Haagse club is, komt de aanleg van een Haags hockeystadion dichterbij. Daar weet ik wel een mooie plek voor! Op de lagere niveaus en bij de junioren zou je eventueel onder eigen verenigingsnaam kunnen blijven spelen. Zonder fusie zullen kleiner wordende verenigingen steeds meer moeite hebben het hoofd boven water te houden. Den Haag moet een tophockeystad blijven, dus investeer in een grote fusie en de bouw van een hightech hockeystadion.’