Kamervragen over de trage openbaarmaking van data bij de overheid

Minister Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties had eerder al beloofd meer data openbaar de maken aangezien hier veel voordelen aan zitten.

Helaas lukt hem dat tot op dit moment nog niet heel goed. Samen met Perjan Moors heb ik daarom Kamervragen gesteld aan minister Plasterk waarin wij naar de redenen vragen van de trage openbaarmaking van de data die verschillende overheden bezitten. Hieronder onze vragen zoals op 1 juli 2014 aan de minister verstuurd.

Vragen van de leden Moors en De Liefde (beiden VVD) aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het bericht ‘Geen progressie in open data’ (ingezonden 1 juli 2014) 1       

1. Heeft u kennisgenomen van het bericht ‘Geen progressie in open data’? http://m.binnenlandsbestuur.nl/nieuws/geen-progressie-in-open-data.57333.lynkx

2. Wat heeft u sinds uw brief van 1 november 2013, waarin u aan de Kamer beterschap heeft beloofd bij het ter beschikking stellen van open data door de overheid, ondernomen voor het actief beschikbaar maken van gegevens als open data?

3. Zijn er sindsdien meer dan wel minder datasets openbaar gemaakt? Kunt u exacte cijfers geven van het aantal datasets dat de verschillende ministeries en andere overheden openbaar hebben gemaakt?

4. Is het waar dat het ministerie van BZK slechts 13 datasets als open data aanbiedt? Zo ja, bent u tevreden over het aantal datasets dat als open data wordt aangeboden?

5. Op welke manier tracht u open data tot de standaard te maken? Deelt u de mening dat in principe alle gegevens, die met belastinggeld verzameld of gegenereerd zijn, als open data beschikbaar moeten worden gesteld, volgens het beginsel van ‘ja, tenzij…’? Hoe komt het dat het in de praktijk nog steedse een uitzonderlijke situatie is als er een dataset openbaar wordt gemaakt?

6. Wordt er, zoals u in uw brief van 1 november 2013 meldt, inderdaad actief gewerkt om meer datasets beschikbaar te stellen? Op welke manier werkt u hier aan? Is er een overheidsbrede werkwijze of is dit per ministerie verschillend? Kunt u de Kamer informeren over deze werkwijze?