Mondelinge vragen De Liefde over het bericht dat veel telers faillissement vrezen

Op 1 april 2014 heb ik mondelinge vragen gesteld aan staatssecretaris Dijksma over het bericht dat veel telers faillissement vrezen. 

Hieronder een verslag.

Vragen De Liefde

Vragen van het lid De Liefde aan de staatssecretaris van Economische Zaken over het bericht "Telers vrezen faillissementen".

De voorzitter:
Welkom aan de staatssecretaris van Economische Zaken.

De heer De Liefde (VVD):
Voorzitter. De VVD werd gisteren onaangenaam verrast door berichtgeving in BN DeStem. Voor talloze telers van producten als prei, witlof, paprika, tomaat en komkommer, dreigt volgens dit bericht faillissement. Zij moeten namelijk al een hele tijd onder kostprijs produceren. Soms draaien ze zelfs tonnen verlies per jaar. Juist om dit soort redenen heeft de VVD zich vorig jaar sterk gemaakt voor de pilot Aanpak oneerlijke handelspraktijken. In deze pilot kunnen bijvoorbeeld kleinere telers anoniem klagen over grote supermarkten als er sprake lijkt te zijn van machtsmisbruik. Dat is nodig omdat anders de kleinere partij uit angst om omzetverlies te draaien, haar beklag niet durft te doen; voor jou tien anderen.

Deze pilot Aanpak oneerlijke handelspraktijken is nu zeven maanden in de lucht, maar lijkt nog niet goed te werken. Dat hoor ik tijdens de vele gesprekken die ik de afgelopen maanden met tuinders en boeren mocht voeren. Hoeveel klachten zijn er tot op heden binnengekomen? Hoeveel daarvan zijn anoniem geweest? Wat gaat de staatssecretaris doen om de pilot te verbeteren? Hoe gaat zij de bekendheid onder tuinders en boeren vergroten? Daar schort het immers aan, zo bleek uit de gesprekken die ik voerde.

Een andere oorzaak voor de hogere kostprijzen in de groentesector ligt op het bordje van de overheid. Door steeds toenemende regeldruk op het gebied van bijvoorbeeld gewasbeschermingsmiddelen, energie of mestbeleid wordt het voor telers steeds moeilijker een hoog kwalitatief product te telen. Zo mogen ze minder gewasbeschermingsmiddelen gebruiken of minder mest op het land uitrijden. Is de staatssecretaris bereid te inventariseren welke regelgeving kan worden geschrapt? Hoe gaat zij snoeien zodat de sector beter kan groeien?

De VVD vraagt de staatssecretaris aan deze regeldruk een halt toe te roepen. De administratievelastenverlichting die wij in het regeerakkoord hebben afgesproken, geldt ook voor de agrarische sector.

Staatssecretaris Dijksma:
Voorzitter. Dank aan de heer De Liefde voor zijn vragen. Het is waar dat de rendementen in de tuinbouw onder druk staan. Dat is een bekend en erkend probleem. Hoe lastig ook, de heer De Liefde zal het met mij eens zijn dat het in eerste instantie aan het bedrijfsleven is om hiermee aan de slag te gaan. Dat doet men ook. Men is georganiseerd in producentenorganisaties, maar ook in bijvoorbeeld Greenport Holland. Het lijkt mij van groot belang dat deze organisaties de handschoen oppakken. De afzet van producten is vaak heel gefragmenteerd, zo merken we. Daar kun je iets aan doen, ook vanuit de markt zelf, om de positie van individuele telers te verbeteren.

De overheid kan ook het een en ander doen, daarin heeft de heer De Liefde groot gelijk. Hij noemde de recentelijk gestarte pilot Aanpak oneerlijke handelspraktijken. Ik geef de heer De Liefde gelijk, wij moeten daar veel meer aandacht aan besteden. Officieel zijn er nog geen klachten ingediend. Wel hebben we een casus gehad. De minister van Economische Zaken en ondergetekende hebben met supermarkten gesproken over het eenzijdig opleggen van bijvoorbeeld prijseisen, soms zelfs met terugwerkende kracht, aan individuele producenten. Aan die praktijken willen we niet voor niets een einde maken. Het lijkt mij heel goed om de aandacht in de sector voor deze pilot te verbreden. Dat wil ik zeker ook doen. Misschien leveren we daar vandaag op deze manier ook een bijdrage aan.

Recentelijk heeft de ACM mij een nieuw onderzoek toegezegd naar de margeverdeling in de keten. Daar zullen ook groenten onderwerp van zijn. Dan kunnen we ook zien wie er precies wat verdient en waar het geld blijft hangen, indien daar sprake van is. Ik heb een prijzenmonitor laten ontwikkelen waarin we met informatie van het LEI en het CBS een transparant beeld geven van de prijsontwikkeling.

Het lijkt mij goed om verdere stappen te zetten teneinde de regeldruk te verminderen, wat we overigens bij gewasbescherming al gedaan hebben. We houden op dit moment een inventarisatie. Ik roep de sector bij dezen op om voorbeelden van regelgeving die geen toegevoegde waarde heeft en waar men tegenaan loopt, bij ons te melden. Dan kunnen we er samen iets aan doen.

De heer De Liefde (VVD):
Ik ben blij met de antwoorden van de staatssecretaris en voornamelijk met haar toezegging om de bekendheid van de pilot te vergroten. We zijn inmiddels zeven maanden verder en er is nog geen een klacht, maar slechts één casus. Dat is bitter weinig als je ziet met welke verontrustende krantenartikelen wij regelmatig geconfronteerd worden. Graag ontvangen wij van de staatssecretaris een uiteenzetting hoe zij dat gaat doen. Wil zij die toezeggen?

De administratievelastenverlichting die we in het regeerakkoord hebben afgesproken, geldt natuurlijk ook voor de agrarische sector. Ik plaats daar nu maar even een vraagteken achter, zodat de staatssecretaris dat hopelijk bevestigend beantwoordt. Wij zijn benieuwd op welke manier de staatssecretaris de administratievelastenverlichting gaat vormgeven en met welke concrete maatregelen zij komt. Zij doet nu een oproep aan de sector. Dat juich ik van harte toe, maar dat maakt toch dat ik mij er een beetje zorgen over maak dat er op haar departement wellicht nog geen compleet beeld is van de wijze waarop zij nu al de administratieve lasten wil verlichten. Kan de staatssecretaris daar nader op ingaan?

Staatssecretaris Dijksma:
Op de eerste vraag van de heer De Liefde is het antwoord ja. Laten we kijken hoe we, in overleg met de producentenorganisaties en Greenport Holland, de pilot gezamenlijk beter bekend kunnen maken. Nadat ik het overleg met deze organisaties heb gehad, zal ik de Kamer graag laten weten hoe we dat gezamenlijk gaan doen. Dat is de eerste toezegging.

De heer De Liefde vroeg om een bevestiging dat lastenverlichting ook iets is voor de agrosector. Laten we van het vraagteken dat hij daarbij plaatste samen een uitroepteken maken. Het is niet zo dat wij geen beeld hebben van wat ons te doen staat. Ik noemde net de gewasbeschermingsmiddelendossiers. Daarbij hebben we samen met de sector een belangrijke stap kunnen zetten door het makkelijker te maken voor de agrariërs om bij te houden hoe ze precies daarmee aan de slag zijn. De bureaucratie die daaromheen zit, proberen we te verminderen. Dat is wel iets anders — dat moeten we wel tegen elkaar zeggen — dan voorschriften die bijvoorbeeld voor het milieu van belang zijn, want die zijn er en die kun je niet zomaar vervangen.

De heer De Liefde (VVD):
Ik weet dat — de staatssecretaris en mijn collega's weten dat als geen ander — we in dit huis regelmatig van mening verschillen over het antwoord op de vraag wat de beste maatregelen zijn voor het milieu en wat die maatregelen betekenen voor het ondernemerschap in Nederland. Laat ik dan maar afsluiten met de conclusie en een vraagteken dat de minister het hopelijk met mij eens is dat een gezonde en bloeiende ondernemende agrarische sector van groot belang is voor Nederland.

De voorzitter:
Als het de minister was, had zij dat vast graag aangegeven.

De heer De Liefde (VVD):
Ik bedoelde de staatssecretaris.

Staatssecretaris Dijksma:
Ik denk dat ook de staatssecretaris het daarmee zeer en van harte eens is.

De heer De Liefde (VVD):
Top!

De heer Van Gerven (SP):
Groente- en fruittelers vrezen voor een faillissement omdat ze worden gepiepeld door de grootwinkelbedrijven. Het is geen nieuw verschijnsel dat eenzijdig kortingen tot wel 3% worden opgelegd. Dat kan natuurlijk niet zo. De vraag aan de staatssecretaris is dus of zij bereid is om "inkoopmacht" als "marktmacht" te laten definiëren door de Autoriteit Consument en Markt, zodat die kan optreden tegen die grootgrutters. Daarnaast vraag ik de staatssecretaris of zij bereid is om een ombudsman in het leven te roepen die oneerlijke handelspraktijken kan beoordelen en aanbevelingen en suggesties kan doen aan het veld en de politiek.

Staatssecretaris Dijksma:
De heer De Liefde noemde mij zojuist puur per ongeluk "minister", maar ik heb het idee dat de heer Van Gerven nu dezelfde vergissing maakt. Wat hij vraagt, speelt namelijk niet alleen in de tuinbouwsector, maar breder. Volgens mij heeft de Kamer daarover een indringend debat gevoerd met de minister van Economische Zaken en heeft hij op dat terrein ook een aantal toezeggingen gedaan. Ook heeft hij laten zien waar de beperkingen zitten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ja, maar deze staatssecretaris zegt dat zij staat voor een eerlijke boterham voor de boeren. Dat ben ik zeer met haar eens. We hebben al eerder een discussie gehad toen Albert Heijn eenzijdig tegen de boeren zei: wij kopen zo veel van u; u krijgt 2% minder voor uw producten. Ik heb toen besloten om nooit meer een voet in Albert Heijn te zetten. Dat gaat tot nu toe heel goed. Ik vraag de staatssecretaris om vanuit haar rol als verantwoordelijke voor de landbouw iets verder te gaan. De minister-president van België heeft Albert Heijn op het matje geroepen. Is de staatssecretaris bereid om onze minister-president te vragen om hetzelfde te doen? We kunnen met z'n allen blijven roepen dat het een schande is dat boeren €0,10 krijgen voor een komkommer die voor €2,10 in de supermarkt ligt, maar we moeten ook de druk op de supermarkten opvoeren.

Staatssecretaris Dijksma:
Dat laatste ben ik van harte met mevrouw Ouwehand eens. Om die reden hebben de minister van Economische Zaken en ondergetekende een aantal maanden geleden, toen er een casus speelde bij een van de supermarkten, de supermarkten bij ons geroepen. Daarbij hebben we vastgesteld dat dit niet kan en dat we dit inderdaad een voorbeeld vinden van een oneerlijke handelspraktijk. Om die reden is die casus naar voren gebracht als iets wat in de pilot zou kunnen worden besproken. Wij doen er dus alles aan om politieke druk uit te oefenen, want volgens mij is niemand in dit huis het daarmee oneens.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik zou de staatssecretaris er toch toe willen aanmoedigen om dit een niveautje hoger te tillen. Als de minister-president Albert Heijn op het matje roept, kan dat een beetje tegenwicht geven aan de vele miljoenen die Albert Heijn uitgeeft om zichzelf een verantwoord imago aan te meten. We moeten de wapens op hetzelfde niveau brengen. Die vraag wil ik de staatssecretaris indringend stellen. In Engeland is er een ombudsman; daar is het zelfs een ombudsvrouw. Dat vind ik helemaal niet zo'n slecht idee. Kan de staatssecretaris toezeggen dat zij dat laatste in ieder geval serieus wil bekijken?

Staatssecretaris Dijksma:
Nogmaals: over dat laatste punt is de Kamer in overleg met minister Kamp. Laten we het debat dat in dat kader allang wordt gevoerd, hier dus niet overdoen. Wat het eerste verzoek betreft: ik begrijp dat mevrouw Ouwehand het liefst alles uit de kast trekt om haar punt te maken, maar onderschat minister Kamp en ondergetekende niet. Wij zijn samen namelijk tot heel wat in staat. Als het nodig is, laten we ook zeker onze tanden zien. Soms is dat nodig; daar heeft mevrouw Ouwehand gewoon gelijk in.

Mevrouw Dikkers (PvdA):
Als mevrouw Ouwehand nu een komkommer voor €2,10 koopt, ben ik benieuwd waar zij boodschappen doet, maar ik heb een vraag aan de staatssecretaris. Ik vind het heel goed dat we aan de gang gaan om de positie van de boer in de hele keten te versterken. Er is altijd iemand die de prijs van een heel goedkoop product betaalt. In de agrarische sector is dat heel vaak de werknemer. In hoeverre wordt de positie van de werknemer betrokken bij het debat over een eerlijke prijs voor de boer?

Staatssecretaris Dijksma:
Dat zou ik moeten nagaan. Wij zijn, volgens mij op voorspraak van mevrouw Dikkers, sowieso met de agrarische sector in gesprek over de positie van de werknemer. Het is immers natuurlijk van groot belang dat producten niet alleen op een duurzame manier tot stand worden gebracht — dat doen we in Nederland overigens heel goed — maar dat er daarbij in toenemende mate ook aandacht is voor bijvoorbeeld de arbeidsomstandigheden en het welzijn van de mensen die in de sector werken. Dat onderwerp staat echt hoog op de agenda.

De voorzitter:
Dank u wel voor uw antwoorden en voor uw komst naar de Kamer.