Mondelinge vragen De Liefde over identiteitsmisbruik van minderjarigen op internet en de wijze waarop Facebook en Google daarmee omgaan

Op 3 december 2013 heb ik mondelinge vragen gesteld aan de staatssecretaris van Economische Zaken, bij afwezigheid van de minister, over identiteitsmisbruik van minderjarigen op internet en de wijze waarop Facebook en Google daarmee omgaan.

Hieronder een verslag.

Vragen De Liefde

Vragen van het lid De Liefde aan de staatssecretaris van Economische Zaken, bij afwezigheid van de minister van Economische Zaken, over identiteitsmisbruik van minderjarigen op internet en de wijze waarop Facebook en Google daarmee omgaan.

 

De heer De Liefde (VVD): Voorzitter. Afgelopen zondag luidde de stichting Mijn Kind Online de noodklok. Kinderen zijn vogelvrij op internet als hun afbeelding of naam wordt misbruikt. Mijn Kind Online beschrijft op haar site het verhaal van Freek en het leest als een digitaal horrorscenario dat geen ouder zijn kind toewenst. Maar ook als volwassene zit je op dit soort misbruik niet te wachten. Freek en zijn moeder konden de socialmediabedrijven maar moeilijk bereiken en hij en zijn moeder begrepen weinig van de mails die ze terugkregen. Freeks moeder overweegt nu zelfs de naam van haar zoon te veranderen. Een ongelofelijk triest verhaal.

 

Social media zijn erg populair onder jongeren én volwassenen. Ze chatten, appen en instagrammen wat af. Daar verdienen de socialmediabedrijven geld aan en daar is niets mis mee, maar bij lusten horen ook lasten. De VVD is van mening dat socialmediabedrijven een duidelijke verantwoordelijkheid hebben voor het gebruik op hun sites. Diverse sites kennen al protocollen hoe om te gaan met bijvoorbeeld pesterijen, bedreigingen, haat zaaien, pornografie en nog vele andere onderwerpen. Een rondgang leert mij dat misbruik maken van andermans afbeelding of naam vaak precies tussen de kieren van die bestaande protocollen valt. En dat kan volgens mij niet de bedoeling zijn. Slachtoffers verdienen steun en moeten niet van het digitale kastje naar de internetmuur worden gestuurd.

 

Mijn vraag aan de staatssecretaris is een eenvoudige. Is het mogelijk een eenduidig protocol in het leven te roepen waarmee ouders en kinderen maar ook volwassenen op een eenvoudige en laagdrempelige manier meldingen kunnen doorgeven, dus zonder juridische abracadabra in lettergrootte 8, maar in heldere letters en met klare taal en waarbij uiteraard de socialmediabedrijven snel in actie komen na zo'n melding? Is de staatssecretaris bereid deze grote socialmediabedrijven uit te nodigen om aan tafel te gaan zitten en hen gezamenlijk een protocol te laten ontwikkelen dat dit misbruikprobleem aanpakt?

 

Staatssecretaris Dijksma: Voorzitter. Ik denk dat het heel goed is om met de heer De Liefde vast te stellen dat identiteitsmisbruik, zeker als het om kinderen gaat, zeer, zeer ernstig is en dat dit heel ingrijpende gevolgen kan hebben. Als je het verhaal leest van dat jongetje, dan zeg ik ook als ouder dat je de angst om het hart slaat. Zoiets kan je namelijk toch een leven lang worden nagedragen en dat is ernstig. Dus daar moeten we iets mee. Gelukkig is het misbruik van identiteit en bijvoorbeeld ook profielfoto's strafbaar. In dit geval volgt er ook een strafrechtelijke procedure. Maar daarmee — dat zegt de heer De Liefde ook met zo veel woorden — zijn we er nog niet, want het gaat erom dat bedrijven hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. Om die reden zijn er in Nederland een aantal zaken georganiseerd op dit terrein. Zo is er tegenwoordig de website meldknop.nl, dat onderdeel is van het programma Digivaardig&Digiveilig. Op die site kun je je heel snel melden op het moment dat je in de problemen komt op internet. Dat betekent ook dat er dan in het kader van afspraken die met name met Nederlandse providers zijn gemaakt een notice and take down zou kunnen volgen. Dus in Nederland hebben we het op zichzelf geregeld.

 

Lastiger is het als er sprake is van bijvoorbeeld misbruik van identiteit bij providers die hun hoofdkantoor elders hebben. En dat speelt hier ook. Om ook op dit punt in actie te komen, zou ik de heer De Liefde willen voorstellen dat we dan gebruikmaken van de bestaande CEO Coalition. Daarin zitten alle internationale CEO's ofwel bestuurders van telecombedrijven, waaronder Google en Facebook. Daarnaast zit onze Eurocommissaris Kroes aan tafel. Mijn voorstel is om onze Eurocommissaris te vragen om dit onderwerp daar op de agenda te zetten en afspraken te maken.

 

De heer De Liefde (VVD): Een aanpak op Europees niveau zal ik natuurlijk niet afwijzen. De staatssecretaris gaf aan dat het al strafbaar is volgens onze wetgeving. Het voorbeeld van Freek laat echter zien dat zo'n strafrechtelijke procedure ontzettend lang, taai en kostbaar is. Ze zijn een jaar verder en nog steeds zijn de problemen niet van de digitale wereld verdwenen. Dat roept toch de vraag op hoe snel we het hier in Nederland gaan organiseren. Een gesprek met CEO's in Europa is fantastisch; dat moeten we zeker niet laten. Volgens mij kunnen wij ook op Europees niveau Google en Twitter gewoon aanspreken. Ze hebben hier lobbyisten rondlopen, zo weet ik uit eigen ervaring. Ze hebben er ook belang bij om in Nederland conform de Nederlandse wetgeving te opereren. Het lijkt mij dat de socialmediasites heldere gebruiksvoorwaarden moeten gaan hanteren. Die moeten ook eenduidig zijn, want bij de een wordt wel gesproken over misbruik en bij de ander komt het niet voor. Is de staatssecretaris bereid om alsnog de Nederlandse vertegenwoordigers van de genoemde bedrijven aan tafel uit te nodigen om te bekijken hoe dit soort misbruik eenduidiger kan worden aangepakt? Wellicht is het sowieso een idee dat ze eenduidige gebruiksvoorwaarden ontwikkelen, want de voorwaarden van Twitter, Facebook en Google verschillen enorm van elkaar, zo leert het bestuderen ervan. Wat kan de staatssecretaris doen om het voor Nederlandse Freken in de toekomst beter te maken?

 

Staatssecretaris Dijksma: Dat lijkt mij op zichzelf een goede suggestie. Ik denk dat het een prima idee is om ook in Nederland het gesprek te voeren met de vertegenwoordigers van de internationale organisaties en hen mede te delen dat we tegelijkertijd op Europees niveau met hun CEO's proberen om eenduidige afspraken te maken over dit onderwerp. Dat zal de discussie aan de tafel elders waarschijnlijk alleen maar versterken. Dat zeg ik dus graag toe.

 

De heer De Liefde (VVD): Dank voor die toezegging. Om te voorkomen dat een Nederlands overleg en een Europees overleg tot een vertraging leiden omdat er gelijktijdig aan verschillende tafels wordt gesproken, zou ik het fijn vinden als de staatssecretaris aangeeft binnen welke afzienbare termijn verslag kan worden gedaan van de resultaten van de gesprekken. Kan dat bijvoorbeeld in januari?

 

Staatssecretaris Dijksma: Ik denk dat we daar wel even voor nodig hebben. Ik moet nu met de agenda van de minister in mijn hoofd, die ik niet uit mijn hoofd ken, een afweging maken. Misschien mag ik voorstellen om het voor het voorjaarsreces te doen. Dat geeft ons net iets meer tijd. Dan weet ik zeker dat de gesprekken goed kunnen worden ingepland. Vanzelfsprekend doen we dan verslag aan de Kamer.

 

Mevrouw Gesthuizen (SP): Ik ben heel blij met de vragen die de heer De Liefde heeft gesteld. Ook ik maak mij uiteraard grote zorgen als ik de filmpjes op bijvoorbeeld mijnkindonline.nl zie. Ik ben toch teleurgesteld over de reactie van de regering. Ik kan me heel goed voorstellen dat mensen die thuis zitten te kijken, denken dat hun kind wellicht ook bij die 8% van de kinderen in Nederland hoort. Wat gebeurt er vervolgens? Er wordt gepraat en bedrijven worden gewezen op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. Ik wil graag horen op welke manier mensen die zich hieraan schuldig maken, worden gesanctioneerd en op welke manier de regering denkt bedrijven die vervolgens klachten in de wind slaan, daarover ter verantwoording te roepen met sancties.

 

Staatssecretaris Dijksma: Mijn reactie is tweeledig. Het sanctioneren van mensen hebben we in dit land echt goed geregeld. In dit specifieke geval gaat het via de strafrechter. Ik weet dus niet welke hardere lijn er nog denkbaar is. Dat recht moet natuurlijk wel zijn loop hebben. Zoals bekend laten wij ons daarover niet uit. Ik ben wel blij dat het onder de rechter is. Het wijzen van bedrijven op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid is niet alleen een kwestie van praten. In Nederland zijn daarover al afspraken gemaakt met de Nederlandse providers. Wij hebben daar een hele procedure voor. Ik heb mij daarover laten voorlichten in het kader van Notice-and-Take-Down. De heer De Liefde weet beter dan ik wat dat allemaal met zich meebrengt. Het betekent dat kinderen en volwassenen die hun identiteit misbruikt zien worden, dat kunnen melden. Vervolgens moet het ook opgelost worden. Ik ben het met de heer De Liefde eens dat dat sneller kan dan zeker in dit geval gebeurd is. Dit is een heel slecht voorbeeld van hoe het soms gaat. En dat moet anders.

 

Mevrouw Oosenbrug (PvdA): Wij hebben het nu heel erg over de achterdeur, maar ik wil het ook graag over de voordeur hebben. Facebook verdient enorm veel geld door allemaal spelletjes online te zetten en verschuilt zich vervolgens achter de regel dat iemand voor het aanmaken van een account 18 jaar moet zijn. Facebook maakt zijn omgeving echter zo aantrekkelijk voor kinderen, dat zij daar natuurlijk een account gaan aanmaken. Het rekenonderwijs in Nederland is gelukkig goed genoeg om kinderen hun fictieve geboortedatum te laten uitrekenen om 18 jaar te zijn. Volgens mij is het ook wettelijk vastgelegd …

 

De voorzitter: Wat is uw vraag?

 

Mevrouw Oosenbrug (PvdA): Mijn vraag is: hoe kunnen wij ervoor zorgen dat Facebook zijn voorwaarden verandert en kinderen toelaat onder de voorwaarde van toestemming van de ouders? Facebook kan er ook voor kiezen om te stoppen met het voor kinderen zo aantrekkelijk te maken.

 

Staatssecretaris Dijksma: Dat is een kwestie van politieke druk uitoefenen en dat is precies wat ik de heer De Liefde heb toegezegd. Zowel in Nederland als internationaal zullen wij de bedrijven moeten aanspreken op die verantwoordelijkheid, zeker daar waar ze die verantwoordelijkheid soms niet nemen. Daar moeten wij heel helder over zijn. Ik heb in ieder geval geprobeerd om daar vandaag geen woord Spaans over te spreken.

 

De voorzitter: U mag nog even blijven zitten, want ook de heer Geurts heeft vragen voor u.